We praten bij tarwe over wintergraan en zomergraan.

Wintergraan word hoofdzakelijk gezaaid van oktober tot eind December en zomertarwe onder goede omstandigheden in februari/maart. Er word ongeveer 150-200 kg per ha aan zaaizaad gebruikt per ha om vervolgens 8000-11000 kg te dorsen eind juli begin agustus.

Ziektebestrijding
Afhankelijk van ras word er in tarwe 1-3 keer een gewasbeschermingsmiddel ingezet. Vatbare ziektes in granen zijn onder andere meeldauw,gele roest, bruine roest, bladvlekkenziekte, fusarium.

Bemesting
In Maart/April word er door de loonwerker drijfmest over de tarwe gereden dmv een sleepslangbemester. Later in het groeiseizoen word er nog 1 a 2 keer een overbemesting gegeven dmv kunstmest

Oogst
De oogst begint meestal eind juni/augustus. De tarwe word door een combine (maaidorser) geoogst. Belangrijk bij de oogst is dat de tarwekorrel een vochtgehalte heeft van onder de 16% dit vanwege de bewaring. Het stro een restproduct word of verhakseld over het land om het organisch stof gehalte in de bodem op peil te houden of in grote pakken geperst en verkocht aan manege’s , veehouderij of bollentelers

Afzet.
De meeste tarwe is voedertarwe en gaat de diervoerderij in.

Graan teelt